Op 8 november 1988 kondigt in Leonard Nolens’ dagboek zijn alter ego aan dat ‘na een halfjaar wachten […] het eerste deel van [zijn] notities voorjaar 1989 zal verschijnen’ (322). De dichter en dagboekschrijver was 32 toen hij in december 1979 een ‘groot en dik cahier […] cadeau kreeg’ (536). Dat logge boek was honderden bladzijden lang. Niet zo handig. Het verplichtte hem om eerst notities te maken in kleine schriftjes die hij daarna in het imponerende dagboek overpende (134). Zo een ontstaansgeschiedenis herinnert aan de lezer dat veel dagboeken oorspronkelijk unieke, vaak handgeschreven, documenten waren. In dit hoofdstuk wordt aan de hand van de plaats die het dagboekschrijven in Nolens' oeuvre bekleedt op zoek gegaan naar een dagboekpoëtica.
UCLouvainSSH/IRIS-L/PROS - Centre Prospéro - Langage, image et connaissance
Citations
APA
Chicago
FWB
Sergier, M. (2018). Door de taal verbonden. Leonard Nolens als dagboekschrijver. In Carl Destrycker, Yves T’sjoen (ed.), Leonard Nolens. Handboek (pp. 158-173). Poëziecentrum. https://hdl.handle.net/2078.5/227598