Bijbelse mythologie

(2012) Tertio. Christelijk opinieweekblad — Vol. 13, n° 663, p. 2 (2012)

Files

No attached file found for this publication.

Details

Authors
Abstract
Al meerdere eeuwen spannen Bijbelwetenschappers er zich voor in door te dringen tot de theologische betekenis van de oud- en nieuwtestamentische teksten zonder daarbij te vervallen in een historiserende lezing van de verhalen. Toch stel je tot scha en schande vast dat de verworvenheden van het Bijbelwetenschappelijke onderzoek nog altijd niet algemeen zijn doorgedrongen. De oproep van Fernand Van Lierde in Tertio nr. 661 “de mythologische dimensie van de Bijbel” te erkennen is dan ook terecht. Toch slaat hij op minstens één punt de bal mis. Hij schrijft : “Een evidentie die de kerk nauwelijks belicht is de ‘bekering’ van God. Zo is de God van Israël in het Oude Testament sektarisch, streng en zelfs wraakzuchtig. Jezus heeft dit beeld op zijn kop gezet en getuigt over een liefhebbende, zorgzame Vader.” Die stelling is niet correct en maakt duidelijk dat de auteur niet terdege vertrouwd is met het Bijbelse gedachtegoed en de hedendaagse Bijbelwetenschap. Niemand ontkent dat vele passages in het Oude Testament een op het eerste gezicht gewelddadige God naar voren schuiven. Buiten het feit dat ook deze teksten als onderdeel van hun literaire context én vanuit een welbepaald narratief perspectief moeten worden gelezen, waarin ze een specifieke theologisch-verkondigende functie vervullen, mag je evenwel niet uit het oog verliezen dat het Oude Testament ook andere Godsbeelden bevat. In Joël 2, 13 staat: “God is genadig en barmhartig, toegevend en vol liefde.” En Exodus 34, 6 stelt: “Hij is een barmhartige en genadige God, geduldig, groot in liefde en trouw.” Net zoals je in het Nieuwe Testament Godsbeelden ontmoet waarin niet echt een “liefhebbende, zorgzame Vader” naar voren komt. Wat te denken van Mattheus 25, 41: “Tegen hen die aan zijn linkerhand staan zal Hij zeggen: ‘Ga weg van Mij, vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat aangelegd is voor de duivel en zijn engelen’”? Of hoe het beeld van een “liefhebbende, zorgzame Vader” rijmen met Apocalyps 19, 11-15: “Ik zag dat de hemel geopend was, en dit zag ik: een wit paard met een ruiter. Uit zijn mond komt een scherp zwaard, waarmee hij de volken zal slaan, en hij zal hen met een ijzeren herdersstaf hoeden. Hij zal de wijnpers van de hevige woede van de almachtige God treden”? De dualistische voorstelling van het Oude Testament versus het Nieuwe Testament belicht aldus het Bijbelse gedachtegoed erg eenzijdig. Bijna twintig eeuwen geleden pleitte een zekere Marcion met die dualistische voorstelling in het achterhoofd ervoor het Oude Testament als eerste deel van de christelijke Bijbel, alsook een groot deel van het Nieuwe Testament te schrappen. Marcion werd geëxcommuniceerd.
Affiliations

Citations

Ausloos, H. (2012). Bijbelse mythologie. Tertio. Christelijk opinieweekblad, 13(663), 2. https://hdl.handle.net/2078.5/68551 (Original work published 2012)