Woordklemtoon en prosodische focus van Franstalige leerders van het Nederlands​ Vergelijking van muzikanten en niet-muzikanten

(2026) Linguists’ Day — Location: Louvain-la-Neuve (9.October.2026)

Files

No attached file found for this publication.

Details

Authors
Abstract
(nl) Een langdurige uitdaging voor Franstalige leerders betreft de verwerving van de prosodie in het Nederlands wegens fundamentele prosodische verschillen tussen beide talen. Het Nederlands kent een woordklemtoon, die niet altijd op dezelfde syllabe valt en die een lexicale eigenschap kan hebben (bv. VOORkomen vs. VoorKOmen; Rietveld & Van Heuven, 2016), en een supra-lexicaal accent, dat een contrastieve of focusfunctie vervult om nieuwe of contrasterende informatie te benadrukken (Rasier & Hiligsmann, 2007; Michaux, et al., 2014). Dit betreft o.a. prosodische focus op het niveau van woordgroepen en zinsaccent op het niveau van zinnen. Het Frans daarentegen hanteert een vast eindaccent aan het einde van woorden en woordgroepen (Di Cristo, 2000) of een brugaccent met een focus op elk woord (Rasier & Hiligsmann, 2007), dat een demarcatieve functie heeft. Franstalige leerders van het Nederlands zijn daardoor vaak geneigd om accentueringspatronen van hun L1 over te nemen, wat leidt tot onverwachte accentplaatsingen in hun L2 (Rasier & Hiligsmann, 2007; Michaux, et al., 2014). Muzikale opleiding blijkt daarnaast een positieve rol te spelen op de verwerving van de prosodie, met name op het vlak van perceptie: studies suggereren immers dat muzikanten prosodische kenmerken beter percipiëren dan niet-muzikanten (Degrave, 2022; Jansen, et al., 2023). De invloed van een muzikale opleiding op de productie van prosodie is echter nog weinig onderzocht, vooral in andere talen dan het Engels of het Frans. De huidige studie onderzoekt of Franstalige muzikanten Nederlandse woordklemtoon en prosodische focus beter produceren dan niet-muzikanten. Participanten werden eerst gecontroleerd op bepaalde kenmerken (bv. leeftijd, taalniveau, etc.) om vergelijkbare profielen te verzekeren. 18 muzikanten en 18 niet-muzikanten werden opgenomen eerst op woordklemtoon en dan op prosodische focus. Tijdens de woordklemtoontaak, gebaseerd op Michaux, et al. (2014), moesten de participanten dertig stimuli (drielettergrepige woorden) produceren in de beginpositie (‘X heb ik gezegd’) en in de middenpositie (‘Ik heb X gezegd’) van de zin. Met dit design wordt geanalyseerd of de participanten de plaatsing van hun woordklemtoon aanpassen aan de verschillende posities in de zin. Tijdens de prosodischefocustaak, gebaseerd op Rasier & Hiligsmann (2007) en Rasier (2006) werden zeven nominale constituenten (‘onbepaald lidwoord + adjectief + substantief’) geëliciteerd binnen vier informatiewaardecontexten in een beschrijvingstaak met geometrische vormen die van kleur veranderden. Informatiewaardecontexten geven de nieuwswaarde van constituenten binnen de syntactische eenheden weer, namelijk ‘nieuwe’, ‘gegeven’ of ‘contrasterende’ informatie. Deze taak moest tot de accentuering van ‘nieuwe’ of ‘contrasterende’ informatie leiden, en niet van ‘gegeven’ informatie (Rasier & Hiligsmann, 2007; Rasier, 2006). Onder informatie wordt hier verder de geometrische vorm en/of de kleur bedoeld. De opnames werden vervolgens beoordeeld door twee taalkundigen, die voor elke stimulus de positie van de woordklemtoon of de prosodische focus moesten aangeven. Hun percepties werden daarna vergeleken met het verwachte patroon per stimulus. De studie toont aan dat muzikanten en niet-muzikanten significant van elkaar verschillen op woordklemtoonproductie, waarbij muzikanten de woordklemtoon vaker correct plaatsen dan niet-muzikanten. Bij prosodische focus vonden we echter geen significante verschillen. Dit wijst erop dat de invloed van een muzikale opleiding op prosodieproductie genuanceerder is dan verwacht. Een muzikale opleiding zou dus eerder de productie van de Nederlandse woordklemtoon bevorderen dan de productie van de prosodische focus op woordgroepen. Deze resultaten zullen worden besproken in het licht van eerdere studies en met inachtneming van de gebruikte methodologie. Referenties Degrave, P. (2022). Music training and the use of songs or rhythm: Do they help for lexical stress processing? International Review of Applied Linguistics in Language Teaching, 60(3), 799-824. Di Cristo, A. (2000). Vers une modélisation de l’accentuation du français [2de deel]. Journal of French Language Studies, 10(1), 27-44. Jansen, N., Harding, E. E., Loerts, H., Başkent, D., & Lowie, W. (2023). The relation between musical abilities and speech prosody perception: A meta-analysis. Journal of Phonetics, 101, 101278. Michaux, M.-C., Brognaux, S., & Christodoulides, G. (2014). The production and perception of L1 and L2 Dutch stress. In N. Campbell, D. Gibbon, & D. Hirst (Red.), Social and Linguistic Speech Prosody. Proceedings of the 7th international conference on Speech Prosody (pp. 462-466). Rasier, L. (2006). Prosodie en vreemdetaalverwerving: Accentdistributie in het Frans en in het Nederlands als vreemde taal. [Ongepubliceerde doctoraatscriptie] Rasier, L., & Hiligsmann, P. (2007). Prosodic transfer from L1 to L2. Theoretical and methodological issues. Nouveaux Cahiers de Linguistique Française, 28, 41-66. Rietveld, T., & Van Heuven, V. (2016). Algemene fonetiek [4de editie]. Coutinho.
Affiliations

Citations

De Wispelaere, T., & Degrave, P. (2026, October 9). Woordklemtoon en prosodische focus van Franstalige leerders van het Nederlands​ Vergelijking van muzikanten en niet-muzikanten. Linguists’ Day, Louvain-la-Neuve. https://hdl.handle.net/2078.5/280355