Twee nieuwe groepsvrijstellingsverordeningen, vergezeld van forse horizontale richtsnoeren inzake de toepasselijkheid van artikel 101 VWEU, moeten sinds medio 2023 bijkomend houvast bieden aan ondernemingen voor het respecteren van de mededingingsregels. Groepsvrijstellingsverordeningen (EU) nr. 2023/1066 en nr. 2023/1067 betreffende respectievelijk onderzoeks- en ontwikkelingsovereenkomsten alsook specialisatieovereenkomsten, kunnen een “safe harbour” bieden aan overeenkomsten die aan bepaalde voorwaarden voldoen. Op die manier vormen ze een belangrijk instrument dat rechtszekerheid biedt voor (bepaalde vormen van) samenwerkingsovereenkomsten tussen concurrerende ondernemingen. De horizontale richtsnoeren leggen uit hoe de vrijstellingsverordeningen worden toegepast en lichten ook toe hoe overeenkomsten die buiten de toepassing van een vrijstellingsverordening vallen, moeten beoordeeld worden. Deze bijdrage geeft een overzicht van de nieuwigheden in de groepsvrijstellingsverordeningen en de horizontale richtsnoeren. Vervolgens behandelt deze bijdrage in meer detail twee uitgelichte thema’s, met name informatie-uitwisseling tussen concurrenten en duurzaamheidsovereenkomsten.
Buytaert, T., Gillade, K., & Van Praet, T. (2023). Het nieuwe groepsvrijstellingsregime en richtsnoeren voor horizontale overeenkomsten in 101 paragrafen. Revue de Droit Commercial Belge - Tijdschrift voor Belgisch Handelsrecht. https://hdl.handle.net/2078.5/276021