Muziek in de oren, accent op de tong? Onderzoek naar de zinsaccentproductie van Franstalige leerders van het Nederlands zonder en met een muzikale opleiding

(2025) Linguists’ Day of the Linguistic Society of Belgium (LSB) 2025 — Location: Leuven (10.October.2025)

Files

PPT_BKL_finale_versie.pdf
  • Open Access
  • Adobe PDF
  • 2.46 MB

Details

Authors
Abstract
Franstalige leerders ondervinden aanzienlijke moeilijkheden bij het verwerven van de Nederlandse prosodie, als gevolg van fundamentele prosodische verschillen tussen beide talen. Het Nederlands kent een lexicale klemtoon, die de betekenis van een identiek woord door de klemtoonpositie kan veranderen, en een zinsaccent, die een contrastieve of focusfunctie vervult om nieuwe of contrasterende informatie te benadrukken [1]. Het Frans daarentegen hanteert een vast accentprimaire aan het einde van woorden enwoordgroepen[2] dat een demarcatieve functie vervult. Door dit verschil nemen Franstalige leerders van het Nederlands vaak de zinsaccentpatronen van hun moedertaal over, wat leidt tot de productie van ofwel een eindaccent ofwel het zogenaamde brugaccent waarbij meerdere elementen in een zin geaccentueerd worden, ongeacht de informatiewaardecontext. In [3] benadrukten de onderzoekers deze moeilijkheden en toonden aan dat leerders andere zinsaccentpatronen produceren dan wat er verwacht wordt in diverse informatiewaardecontexten. Muzikale opleiding blijkt daarnaast de taalvaardigheid te bevorderen, met name op prosodisch niveau en studies suggereren dat muzikanten prosodische kenmerken beter percipiëren ([4-5]). De invloed van een muzikale opleiding op de prosodieproductie is echter nog weinig onderzocht, vooral in andere talen dan het Engels of het Frans. De huidige studie onderzoekt dus of Franstalige muzikanten beter scoren dan nietmuzikanten in een zinsaccentproductietaak in het Nederlands. 18 niet-muzikanten (NM)en 18 muzikanten(M) werden opgenomen. Tijdens de productietaak, gebaseerd op [3], werden nominale constituenten (‘onbepaald lidwoord + bijvoeglijk naamwoord + zelfstandig naamwoord’) geëliciteerd binnen vier informatiewaardecontexten in een beschrijvingstaak met geometrische vormen die van kleur veranderden. Deze taak moest tot de accentuering van nieuwe (N) of contrasterende (C) informatie leiden, en niet op eerder gegeven (G) informatie [6]. Onder informatie wordt hier de geometrische vorm en/of de kleur bedoeld. Opnames werden daarna beoordeeld door drie groepen beoordelaars: (1) vier moedertaalsprekers van het Belgisch- Nederlands; (2) twee Nederlandstalige taalkundigen; en (3) twee Franstalige taalkundigen met een specialisatie in de Nederlandse fonetiek. De analyse met een Generalized Linear Mixed Model toont aan dat de scores van muzikanten en niet-muzikanten niet significant van elkaar verschillen. Dit wijst erop dat de invloed van muzikale opleiding op prosodieproductie genuanceerder is dan verwacht.Daarnaast blijkt dat beide groepen gelijkaardige moeilijkheden ondervinden, en dat die overeenkomen met wat eerder werd beschreven in de literatuur met andere groepen leerders [3]. De resultaten laten verder zien dat de groepen beoordelaars een significante invloed uitoefent op de beoordeling van het zinsaccent. Bronnen[1] Rietveld, T., & Van Heuven, V. (2016). Algemene fonetiek. Coutinho. [2] Di Cristo, A. (2000). Vers une modélisation de l’accentuation du français [2de deel]. Journal of French Language Studies, 10(1),27-44. https://doi.org/10.1017/S0959269500000120.[3] Rasier, L., & Hiligsmann, P. (2007). Prosodic transfer from L1 to L2. Theoretical and methodological issues. Nouveaux Cahiers de Linguistique Française,28, 41-66.[4] Degrave, P. (2022). Music training and the use of songs or rhythm: Do they help for lexical stress processing? International Review of Applied Linguistics in Language Teaching, 60(3), 799-824. https://doi.org/10.1515/iral2019-0081.[5] Jansen, N., Harding, E. E., Loerts, H., Başkent, D., & Lowie, W. (2023). The relation between musical abilities and speech prosody perception: A meta-analysis. Journal of Phonetics, 101, 101278. https://doi.org/10.1016/j.wocn.2023.101278.[6] Rasier, L. (2004). De zinsaccentuering in het Nederlands: Een verkenning over grenzen tussen (toegepaste) taalkunde en didactiek heen. In A. Gelderblom, C. ter Haar, G. Janssens, M. Kristel, & J. Pekelder, Neerlandistiek de grenzen voorbij. Handelingen van het Vijftiende Colloquium Neerlandicum (pp. 303-322). IVN.
Affiliations

Citations