In de katholieke Kerk is synodaliteit sinds het pontificaat van wijlen paus Franciscus (1936-2025) niet meer weg te denken uit de theologische en kerkelijke discussies. Synodaliteit is echter geen eenvoudig of eenduidig concept. Om te beginnen is het een neologisme, maar ook de praktijk ervan is eigenlijk een recente herontdekking. Theoloog Peter De Mey schrijft dat paus Franciscus ‘de term ‘synodaliteit’ [gebruikte] om te verwijzen naar de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van alle leden van het volk van God voor het leven van de Kerk.’ Met andere woorden, in de kerk draagt iedereen een gedeelde verantwoordelijkheid op basis van het doopsel. Dit impliceert een minder hiërarchische en een minder piramidale kerk, aangezien het belang van het doopsel centraal staat alvorens een onderscheid te maken tussen, bijvoorbeeld, gewijd en leek of tussen man en vrouw.
Van Rompaey, J. (2025). Synodaliteit, het concilie van Jeruzalem en de lezingen van het Lectionarium: Lezen tussen de lijnen. Ezra: Bijbels tijdschrift, 56(4), 107-117. https://hdl.handle.net/2078.5/267315 (Original work published 2025)