Garantie des biens de consommation : de l’office du juge à la résolution partielle du contrat de vente, note sous Entr. Hainaut, div. Mons (3e ch.),3 février 2021 et 2 juin 2021
(nl) De rechtbank, die ambtshalve de hoedanigheid van “consument” van de eisers aan de orde heeft gesteld, heeft in een eerste vonnis van 3 februari 2021 de debatten heropend om partijen te laten bespreken op de toepassing van de garantieregeling voor consumptiegoederen(artikelen 1649bis tot en met 1649octies van het oud Burgerlijk Wetboek)en de bepalingen van boek VI van het Wetboek van economisch recht (meer bepaald de artikelen VI.2 en VI.37) op hun geschil. Nadat de rechtbank had vastgesteld dat bovengenoemde bepalingen in casu van toepassing waren, heeft het in een tweede vonnis van 2 juni 2021 de conformiteit van de litigieuze goederen onderzocht met name door toepassing van het criterium van “het bijzonder door de consument gewenst gebruik”. Ten slotte heeft de rechtbank overeenkomstig de hiërarchie van de remedies en het evenredigheidsbeginsel de gedeeltelijke ontbinding van de koopovereenkomst gelast.
Schultz, G. (2022). Garantie des biens de consommation : de l’office du juge à la résolution partielle du contrat de vente, note sous Entr. Hainaut, div. Mons (3e ch.),3 février 2021 et 2 juin 2021. Droit de la consommation, 2022(1), 91 à 109. https://hdl.handle.net/2078.5/165773 (Original work published 2022)