Fraseologie, de studie van vaste verbindingen in de brede zin, is nu een verbindend thema tussen een aantal linguïstische theorieën zoals de pragmatiek, de cognitieve linguïstiek en de corpuslinguïstiek. De contrastieve fraseologie is op haar beurt een boeiende en veelzijdige discipline die veel dwarsverbanden en raakpunten vertoont met het vertalen: bij de formulering van de betekenis in de doeltaal, zal de vertaler bijvoorbeeld vaak worden beïnvloed door de fraseologie uit zijn moedertaal. Op die manier ontstaat soms een tussentaal die in de vakliteratuur de denigrerende naam translationese toebedeeld kreeg (voor een kritisch overzicht: Tirkkonen-Condit 2002). Uit mijn ervaring met het onderwijs Nederlands aan Franstalige tolken-vertalers blijkt dat fraseologie roet in het eten gooit bij vertaaltoetsen, van het decoderen van de betekenis in de brontaal tot de formulering in de doeltaal, zelfs als die de moedertaal is. Die intuïtieve vaststelling kan met talrijke praktische voorbeelden worden gestaafd, maar zoals bij elke linguïstische theorie is het vinden van onweerlegbare bewijzen niet gemakkelijk, want taalgevoel en semantiek zijn geen objectieve gegevens. Naast de traditionele, semantische aanpak van fraseologische problemen in vertaaltoetsen, zal ik daarom pleiten voor onderzoek naar geautomatiseerde methodes die de intuïtieve gegevens aanvullen. Uit mijn experimenten blijkt al dat sommige aspecten van de fraseologie in vertaaltoetsen op een geautomatiseerde manier kunnen worden opgespoord.
Colson, J.-P. (2010). Fraseologie en (ver)taalcompetentie. In Van de Poel, Ch. & W. Segers (ed.), Tolk- en vertaalcompetentie. Onderwijs- en toetsvormen (p. p). Acco. https://hdl.handle.net/2078.5/158106