De behandeling van mucoviscidose en aan mucoviscidose gerelateerde diabetes (MRD) evolueert voortdurend. De afgelopen 20 jaar wordt deze ziekte beter aangepakt dankzij de specifieke aanbevelingen en de intensieve behandelingen, waardoor de levensverwachting van de patiënten aanzienlijk verbeterd is. Ook de behandeling van MRD is verbeterd omdat we meer inzicht hebben in de pathofysiologie van die aandoening. De longfunctie, de voedingstoestand en de levensduur van patiënten met MRD blijven weliswaar minder goed dan die van patiënten met mucoviscidose die geen diabetes hebben, maar naarmate de behandeling verbetert, nemen die verschillen af. Sinds de komst van de CFTR-modulatoren komen de klassieke cardiovasculaire risicofactoren (CVRF) ook vaker voor bij patiënten met mucoviscidose. Hoewel de recente gegevens over het effect van CFTR-modulatoren op de glykemiecontrole bemoedigend zijn, lijken die verbindingen de vetmassa te verhogen, het lipidenprofiel te verslechteren en de bloeddruk te verhogen. Daarom moeten we meer aandacht hebben voor het CV risico in deze populatie. Naarmate de evensverwachting van deze patiënten toeneemt, neemt immers ook het CV risico toe.