Cognitie, waarneming en verbinding zijn drie sleutelwoorden in de poëzie van Rozalie Hirs (° 1965). In de beperkte kritische literatuur die over haar werk verschenen is, wordt vaak gewezen op de epistemologische dimensie van haar gedichten (bv. Vonck 2009). In deze bijdrage sta ik graag nader stil bij de manier waarop de menselijke cognitie – breed opgevat als kennisverwerving en -verwerking via zintuiglijke waarneming en redenering – gerepresenteerd wordt in Hirs’ werk en wat de implicaties daarvan zijn voor de hedendaagse poëzie. Daartoe doe ik een beroep op het begrip nabeeld, dat ik ontleen aan Bob Vanden Broeck (2018) en in verband breng met Irmtraud Hubers (2021) notie van een iteratieve of duratieve tijd in de poëzie. Het begrip doelt in mijn interpretatie op een tijdruimtelijke ontregeling in het gedicht waarbij indrukken uit het verleden nauwelijks onderscheiden kunnen worden van impressies in het heden. In de analyse onderzoek ik welke functies deze zintuiglijke associaties in Hirs’ poëzie hebben: ten eerste maken ze deel uit van de belichaamde geest van de spreker en brengen ze het denken-voelen-proces op gang. Deze associaties zijn vaak het vertrekpunt voor belichaamde herinneringen, die affectief herbeleefd worden en de cognitieve reflecties van het subject over ideeën sturen. Ten tweede vergemakkelijken ze de onderdompeling van de lezer in deze conceptuele overpeinzingen (vgl. Caracciolo 2021). Tot slot kunnen ze helpen bij het oproepen van een gesitueerde conceptualisering (vgl. Barsalou 2009) van een bepaald idee of begrip, en creëren ze op die manier een verrassend effect ten opzichte van het specifieke concept. Deze nabeelden benadrukken dus hoezeer ons denken en onze conceptualiseringen doordrongen zijn van affectieve impulsen. In Hirs’ poëzie wordt onze cognitie aldus voorgesteld als hoogst individueel, belichaamd en doorleefd. Deze nabeelden verwerpen zodoende een vanzelfsprekend begrip van de wereld en stimuleren een exploratieve poëtica waarbij noties differentieel worden benaderd. Bibliografie Barsalou, Lawrence W. “Simulation, situated conceptualization, and prediction.” Philosophical Transactions of the Royal Society B: Biological Sciences, vol. 364, no. 1521, 2009, pp. 1281-89. Caracciolo, Marco. “Narrative and the Texture of Catastrophe.” The Apocalyptic Dimensions of Climate Change, edited by Jan Alber, De Gruyter, 2021, pp. 63–79. Huber, Irmtraud. “Zeitstrukturen im Gedicht.” Poetica, vol. 52, nos. 3-4, 2021, pp. 334-60. Vanden Broeck, Bob. “Signalement.” Review of verdere bijzonderheden, by Rozalie Hirs. De Reactor, 4 March 2018, www.dereactor.org/teksten/verdere-bijzonderheden-rozalie-hirs. Accessed 11 Nov. 2020. Vonck, Bart. Review of Geluksbrenger, by Rozalie Hirs. De leeswolf, vol. 15, no. 5, 2009, p. 349.
Van Praet, H. (2022). “Dan vallen samen de tijd en jij door mijn vingers”: Nabeelden in Rozalie Hirs’ poëzie. 21e Colloquium Neerlandicum - Voortvarend Nederlands, Nijmegen. https://hdl.handle.net/2078.5/102756