In deze monografie wordt het meest intense, dynamische, conjuncturele maar ook meest miskende demografische fenomeen behandeld. Migratiebewegingen bepalen grotendeels de evolutie van het bevolkingscijfer van steden en dorpen, veranderen continu hun demografisch portret, veranderen de samenstelling van het huishouden en de specifieke kenmerken van elke plaats. De methodologie (concepten van migratie, migrant, sedentair, …) en de bronnen voor de studie van de mobiliteit (rijksregister en census) komen in het eerste hoofdstuk aan bod. Vervolgens bespreekt men de grote tendensen van de ruimtelijke mobiliteit in België. Globaal genomen wordt er minder en ook minder ver dan vroeger gemigreerd. Sinds de jaren 1950 is de intensiteit van migraties tussen Vlaanderen en Wallonië gedaald. Brussel was gedurende verschillende decenniën een aantrekkingsgebied, maar sinds 1964 is de emigratie veel groter geworden dan de immigratie. De migraties uit Brussel zijn nog steeds veel talrijker naar het zuiden (Wallonië) dan naar het noorden (Vlaanderen). In een derde hoofdstuk bestudeert men de demografische en socio-economische karakteristieken van de verschillende categorieën migranten. Een instabiele familiale of professionele situatie is positief gecorreleerd met het niveau van de mobiliteit (en omgekeerd). De studie wordt besloten met een longitudinale analyse van mobiliteit. Hieruit blijkt onder meer dat men in Wallonië eerder dan in Vlaanderen neigt terug te keren naar zijn regio van oorsprong of geboorte.
Eggerickx, T., Poulain, M., & Schoumaker, B. (2002). De ruimtelijke mobiliteit van de bevolking : Algemene volks- en woningtelling op 1 maart 1991 (Monografie nr.2). NIS. https://hdl.handle.net/2078.5/62265