De invoering van het Plan voor de begeleiding en opvolging van werklozen door minister Vandenbroucke in juli 2004 was controversieel. De vakbonden vonden dat de minister een jacht op werklozen opende op een moment dat er te weinig vacatures waren. Vooral in Wallonië en Brussel, waar de werkloosheidsgraad dubbel zo hoog is als in Vlaanderen, was het verzet tegen het plan hevig. De patronale organisaties daarentegen vonden dit plan een essentieel ingrediënt van elk beleid tegen werkloosheid.Zij stelden vast dat ondanks de hoge werkloosheidsgraad hun vacatures niet ingevuld geraakten. Daarom beweerden ze dat bepaalde werklozen niet willen werken en dat enige vorm van dwang nodig is.We hebben deze problematiek op een objectieve wijze willen onderzoeken opdat men het debat op basis van steekhoudende argumenten zou voeren. In dit artikel stellen we de resultaten voor van een onderzoek naar de effecten van het nieuwe plan voor de begeleiding en de opvolging van werklozen op de overgang naar werk.De evaluatie heeft betrekking op uitkeringsgerechtig de werklozen van 25 tot 29 jaar.
Cockx, B., Dejemeppe, M., & Van der Linden, B. (2007). Bevodert het Plan van de begeleiding en opvolging van werklozen de overgang naar werk ? Over.Werk, 1, 85-88. https://hdl.handle.net/2078.5/152730 (Original work published 2007)