Modale werkwoorden in het Nederlands (kunnen, moeten, mogen, willen, zullen en hoeven) hebben een complexe semantiek: ze drukken naast epistemische ook verschillende niet-epistemische modale betekenissen uit, met verschil in modale kracht (noodzakelijkheid en mogelijkheid) en modale bron (intern en extern). Bijgevolg zou men kunnen vermoeden dat modale werkwoorden zelden voorkomen in kindertaal. Verrassend genoeg blijkt dat kinderen al vanaf 2 jaar modale werkwoorden relatief frequent in hun spontane taal gebruiken. De vraag is dan welke betekenissen deze modale werkwoorden hebben in kindertaal, en of dit dezelfde zijn als in volwassenentaal. Voortbouwend op het onderzoek naar Engelse en Duitse kindertaal kan men verwachten dat interne modale bron (zoals eigen wil en capaciteit) eerder voorkomt dan externe modale bron (zoals toelating en verplichting). Mijn onderzoek focust op het Nederlands en is– in tegenstelling tot de genoemde onderzoeken – gebaseerd op begripsexperimenten. De resultaten tonen dat kinderen modale werkwoorden anders interpreteren dan volwassenen. Kinderen hebben een ruimere interpretatie van modale werkwoorden, vooral voor moeten worden er meer interpretaties geaccepteerd. Daarnaast tonen de resultaten een verschil in de interpretatie van modale kracht: kinderen interpreteren mogelijkheid minder vaak zoals volwassenen dan noodzakelijkheid. Het uit de literatuur verwachte verschil in modale bron (intern versus extern) blijkt echter niet uit de resultaten. Men kan uit de interpretatieverschillen tussen kinderen en volwassenen concluderen dat het verwervingsproces van de betekenissen van modale werkwoorden nog volop bezig is bij kinderen tussen 3 en 6, ook al komen deze werkwoorden al frequent in hun spontane taal voor. Verklaringen voor het verwervingspatroon kunnen gezocht worden in de richting van het gebruik van moeten als een ‘dummy’: een werkwoord dat weinig of geen eigen betekenis draagt. Bovendien kan de verwervingsvolgorde van modale kracht gerelateerd worden aan de cognitieve ontwikkeling van kinderen, die ook een rol speelt bij de latere verwerving van epistemische modaliteit.
Jonkers, S. (2016). Modale werkwoorden in Nederlandse kindertaal. Onderzoeksmarkt Association des Neerlandistes de Belgique francophone et de France, Brussel. https://hdl.handle.net/2078.5/182148