Het standstill-beginsel houdt een verscherpte materiële en formele motiveringsplicht in voor de regelgever. Een bespreking van arrest nr. 243.760 van 20 februari 2019 van de Raad van State

Van Eeckhoutte, Dries;Burssens, Line
(2021) Rechtskundig weekblad — Vol. 2020-21, n° 29, p. 1123-1135 (2021)

Files

RW2020-21nr291123-1135.pdf
  • Open Access
  • Adobe PDF
  • 333.6 KB

Details

Authors
Abstract
De sociaaleconomische rechten vervat in art. 23 Gw. zijn voor de Raad van State geen dode letter: in zijn arrest nr. 243.760 vernietigt hij immers een reglementair besluit dat een aanzienlijke achteruitgang doorvoert in de tegemoetkoming voor individuele materiële hulpmiddelen voor personen met een handicap. De Raad van State beperkt zich hierbij niet tot een louter abstracte vergelijking van de vroegere en huidige regelgeving, maar gaat in concreto na wat het globale, cumulatieve eff ect van de verschillende maatregelen is voor de betrokken personen met een handicap en gaat over tot een doorgedreven inhoudelijke beoordeling van de door de regelgever aangevoerde verantwoording van algemeen belang. Hierbij beklemtoont de Raad van State dat de regelgever weliswaar over een ruime beoordelingsbevoegdheid beschikt in de verwezenlijking van het recht op menselijke waardigheid, maar dat deze gepaard gaat met een samenhangende plicht om zijn oordeel enerzijds inhoudelijk op een redelijke en weloverwogen wijze te vormen en anderzijds formeel op een afdoende wijze te motiveren en te documenteren, zodat een rechterlijke controle mogelijk wordt. Op beide aspecten is de regelgever in gebreke gebleven.
Affiliations

Citations

Van Eeckhoutte, D., & Burssens, L. (2021). Het standstill-beginsel houdt een verscherpte materiële en formele motiveringsplicht in voor de regelgever. Een bespreking van arrest nr. 243.760 van 20 februari 2019 van de Raad van State. Rechtskundig weekblad, 2020-21(29), 1123-1135. https://hdl.handle.net/2078.5/166797 (Original work published 2021)