(nl) De doelstelling van het onderzoeksproject is het bestuderen van de historische oorsprong en ontwikkeling in de Spaanse Nederlanden (ca. 1531-1700) van de bevoegdheid van de rechter om respijttermijnen (cf. art. 5.201 B.W.) aan de ongelukkige schuldenaar te goeder trouw toe te kennen. Hoewel de "burgerlijke gratie" tegenwoordig wordt beschouwd als een concrete illustratie van het beginsel van "billijkheid" wordt de legitimiteit van deze rechterlijke bevoegdheid vaak in twijfel getrokken, omdat zij in strijd is met de beginselen van de wilsautonomie en de bindende kracht van overeenkomsten. Naar onze mening getuigen de verschillende beperkende wettelijke voorwaarden voor het genaderecht van een grote reserve bij de wetgever, die zich bewust is van de discrepantie die dit recht in ons rechtsstelsel veroorzaakt. Koning Lodewijk XIV sprak al in dat verband van "une grâce qui blesse le droit d’autrui" (een gratie die de rechten van anderen aantast). In dit onderzoeksproject wordt daarom voorgesteld een diepgaande analyse te maken van de wortels en de historische ontwikkelingen van de genade in burgerlijke zaken, waarbij naast grondig archiefonderzoek de nadruk ligt op analyse van de rijke theologische en juridische literatuur uit de vroegmoderne tijd. Voor het archiefonderzoek vertrekken we van de gerechtelijke archieven van de Geheime Raad (Conseil Privé), een vorstelijke instelling die bevoegd was voor het verlenen van genadetermijnen (de zogenoemde "brieven van respyt"), waarmee betalingsfaciliteiten werden verleend aan de schuldenaar. Meer bepaald zullen wij (i) trachten te begrijpen waarom en onder invloed van welke rechtsgeleerde of ook morele stromingen het begrip "respijt" in onze rechtsstelsels is verschenen, (ii) een dergelijk begrip te koppelen aan de historische ontwikkeling van de rechten en plichten van de rechter, alsook (iii) de theorie vergelijken met de vroegmoderne rechtspraktijk. Ten slotte (iv)zullen we een vergelijking maken tussen het civiel en strafrechtelijk gratierecht om na te gaan hoe het vorstelijk genaderecht in het algemeen heeft bijgedragen tot de opbouw van de moderne Staat.
Ruys, N. (2023). "Une grâce qui blesse le droit d’autrui"? Praktijk en theorie van het vorstelijk gratierecht in burgerlijke zaken in de Spaanse Nederlanden. Belgisch-Nederlandse Rechtshistorische Dagen, Louvain. https://hdl.handle.net/2078.5/272793