Sinds de invoering van de identiteitsclausule in EU-recht is er een toegenomen aandacht voor de ‘constitutionele identiteit’ van de Europese lidstaten. Ook in België heeft de relatie tussen de grondwet en identiteit de laatste jaren aan belang gewonnen. De hoogste Belgische rechtscolleges hebben de notie van constitutionele identiteit aangesneden en op politiek vlak worden er in het kader van de staatshervorming discussies gevoerd over het belang van grondwet, burgerschap en identiteit. Maar is er wel zoiets als een Belgische constitutionele identiteit, en wat zou die dan inhouden? Behoort godsdienstvrijheid bijvoorbeeld tot de Belgische constitutionele identiteit? En valt elke interpretatie van de godsdienstvrijheid er dan onder? Daarbij rijst ook de vraag of het wenselijk is om de Belgische constitutionele identiteit ergens uitdrukkelijk te vermelden, bijvoorbeeld in een preambule bij de Grondwet. In dit panelgesprek gaan vier experts op een toegankelijke wijze in gesprek over wat onze constitutionele cultuur maakt tot wat ze is. Ze vertrekken van Belgiës vier kardinale vrijheden: de vrijheid van religie, van meningsuiting, van onderwijs en van vereniging.
Maes, C., & et al. (2024). Paneldebate ‘De Belgische constitutionele identiteit en de vier kardinale vrijheden’. Constitutional Communities, Leuven. https://hdl.handle.net/2078.5/235252